Brazilië maakt schoon schip

 

Het is een snel groeiende economie, bekend van strand en samba, met als belangrijkste exportartikelen olie, koffie, sinaasappelen en voetballers. Maar het land heeft een keerzijde en die keerzijde heet armoede. En die valt niet langer onder het tapijt te schoffelen, want er komen grote evenementen aan…

In 2014 komen ‘s werelds beste voetballers naar Brazilië en in 2016 zelfs de top van de hele sportwereld. Vertegewoordigers van radio, televisie, internet en de schrijvende pers zullen op het land neerstrijken om verslag te doen. Maar niet alleen de sportverslaggevers, ook de vertegenwoordigers van de opinierende pers zullen dan aanwezig zijn en zij kijken vooral naar het gebeuren om de sport heen. En dat ziet er in Brazilië niet al te best uit. De oorspronkelijke inwoners, de indianen, hebben het nog altijd zwaar te verduren. Het aantal dodelijke verkeersslachtoffers is enorm en daar zijn de favela’s, de beruchte sloppenwijken in de grote steden Rio de Janeiro en Sao Paulo.

De bookmakers hadden een leuke wedstrijd vooraf kunnen uitschrijven, die tussen de overheid en de drugsbazen. In Mexico en Colombia kunnen we al zien dat dit geen kinderspelletjes zijn. De ‘strijd’ van de westerse wereld tegen moslimterrorisme verbleekt er volledig bij. Vergeleken bij de drugsbendes in Zuid- en Midden-Amerika is Al Qaida een handwerkclubje. Ook in Brazilië? Nou, die tanks, die we in het journaal zagen, horen in elk geval niet bij een bloemencorso. En als je leest dat een hele wijk is omsingeld door honderden tot de tanden gewapende leden van leger en politie, dan word je ook niet vrolijk. Maar in Mexico en Colombia zie je geen wegrennende bendeleden, in Brazilië wel. Dit zou er op kunnen duiden, dat de bendes kleiner en minder goed georganiseerd zijn. Hun afzetgebied is natuurlijk ook vooral de stad zelf. De Mexicanen bedienen de Verenigde Staten, Colombia de halve wereld. Zover het zich nu laat aanzien valt de drugscriminaliteit in Brazilië nog te beteugelen. Maar waarom zo laat? Het land oogt als een huisvrouw, die een stinkend toilet pas gaat reinigen als er bezoek is aangekondigd. De overheid heeft jarenlang de rug toegekeerd aan de favela’s en wij zouden er niet eens van weten als er niet met de regelmaat van de klok jongetjes uit te voorschijn komen die allebei de benen heel hebben weten te houden en daar fantastisch mee kunnen voetballen. De romantische versie is dan altijd dat ze dat op het strand van Copacobana hebben aangeleerd, maar dat is flauwekul. In de achterbuurt hebben ze niet alleen leren voetballen op de vierkante meter, maar hebben ze ook leren overleven. Geen wonder dat ze het geweldig doen in Europa. Daar krijgen ze een heleboel vierkante meters tot hun beschikking en de ergste aanslag die ze hebben te vrezen is een schop van achteren. Vergeleken bij een vaardig gehanteerde vioolsnaar of een snel mes, is dat goed te verdragen. In de favela’s mogen ze al blij zijn dat ze het dagelijks brood bij elkaar kunnen scharrelen, op het gras van de Europese voetbalsteden verdienen ze miljoenen.

Brazilië als huisvrouw, gewapend met bezem, dweil, stoffer en blik. Het zou grappig zijn als het niet treurig was dat zo’n land pas in actie komt tegen zulke enorme misstanden als er vliegtuigen vol met hoogwaardigheidsbekleders verwacht worden. En het helpt natuurlijk geen zier, tenzij ze daadwerkelijk proberen de armoede in de favela’s te bestrijden. Tip van Vabankje: zet een heffing op de sportweddenschappen voor en tijdens het WK Voetbal en de Olympische Spelen. Met de bookmakers vallen daar vast wel afspraken over te maken. Er gaan straks miljarden om in die business en wie heeft er bezwaar tegen als een deel daarvan dient om de onderkant van de Braziliaanse samenleving een eindje op te tillen?