De toekomst van het kansspel in Nederland, deel II: waar links en rechts elkaar de hand reiken

In Nederland is ruimte voor veel meningen, opvattingen en standpunten, de een wat fermer misschien dan de ander. Maar eens zijn we het zelden met elkaar. In verkiezingstijd blijkt dat maar weer. Links en rechts staan lijnrecht tegenover elkaar, behalve op één punt: hun afkeer van gokken. Dat is historisch bepaald, zo beschrijft de auteur. Het tweede deel van een korte, maar indrukwekkende serie over de toekomst van het kansspel in Nederland voor en na de uitspraken van 3 juni jl. van het Europees Hof van Justitie in de zaken Betfair en Ladbrokes.

Ik eindigde gisteren met het vermelden van het feit dat de Nederlandse politiek zich fel verzet tegen verdere uitbreiding van kansspelen in ons land en dat een compromis tussen de industrie en onze bestuurders ver weg lijkt. Hoe komt het dat Nederland zich zo tegen deze sector afzet, daarmee zelfs aan essentiële doelstellingen van de Europese Unie voorbijgaand? Eigenlijk moet je twee vragen stellen hoe komt het en hoe kan dat? Het antwoord op de eerste vraag ligt in Den Haag en in St. Benoît-la-Forêt, het antwoord op de tweede vraag ligt in Brussel. De doorsnee Nederlandse politicus, links of rechts, is mordicus tegen kansspelen, terwijl je niet het idee hebt dat de bevolking er ook zo over denkt. Die kopen loten, abonneren zich op de toto, spelen bingo op de camping en bezoeken met honderdduizenden tegelijk de internet aanbieders van kansspelen. Het lijkt alsof het in dit land nauwelijks een issue is. In de verkiezingstijd wordt er geen woord aan vuil gemaakt, het is geen onderwerp in het debat en de inkt in de politieke programma’s, die hieraan besteed is kon gemakkelijk onderuit een vrijwel droogstaand potje gehaald worden. Maar op het moment dat het op de agenda van de tweede Kamer staat komt een enorme vijandigheid naar boven jegens het kansspel. De SP bijvoorbeeld beukt tegen elk initiatief aan om Holland Casino meer ruimte te geven. Vooral deze partij, maar daarin zeker niet geïsoleerd, klaagt steen en been over de stortvloed van reclame die dit casino en ook de verschillende loterijorganisaties over ons uitstorten. Het zit gebakken in de ideologie van links en in de ideologie van rechts en dat is historisch bepaald.

De socialisten zijn er in hun klassieke rol voor de arbeiders. Zij aan zij met de vakbonden vochten zij voor betere omstandigheden voor de arbeiders: meer loon, meer vrije tijd, meer kansen, een pensioen, betere huisvesting, betere gezondheidszorg. Het gezin van de arbeider moest van die nieuwe verworvenheden volop kunnen profiteren en dat werd bedreigd omdat juist de arbeiders gewend waren om een deel van hun zuurverdiende geld te gaan verdrinken. In de kroeg zag je de notabelen niet, daar zag je de werkmannen. Dat moest worden ingedamd en de arbeiders werd dan ook voortdurend voorgehouden dat ontspanning een mooi ding was, maar pas nadat het brood op de plank was gegarandeerd, de huur was betaald en het kolenhok vol lag. Verspilling van inkomen was een gruwel voor de socialistische voormannen en –vrouwen, want daarvoor hadden ze zich niet ingezet. Aan de rechterzijde, de kant van de confessionelen, leefde exact hetzelfde idee, maar op een andere voedingsbodem. In 1534 deed een religieuze jongeman in St. Benoît-la-Forêt mee met een stel Franse vluchtelingen (gevlucht voor de katholieke kerk wel te verstaan) aan het avondmaal, de protestantse tegenhanger van de communie. Het was daar dat deze jongeman zich definitief bekeerde tot de reformatie en uiteindelijk de voorman zou worden van een belangrijk deel van de protestantse beweging, met name in Nederland.  Zijn naam was Johannes Calvijn en deze naam is zelfs in ons taalgebruik geworteld. Kern van de leer van Calvijn was de nietigheid van de mens tegenover God. In Nederland, met zijn voortdurende strijd tegen het water, de harde wind op de open vlakten en de moeizame bewerking van het land, werd dit door veel mensen ook zo ervaren. In dat licht bezien was verspilling een zonde, want alles wat de mens gegeven werd, tot zijn dagelijks brood aan toe, werd niet als eigen verdienste gezien, maar als genade. Tot op de dag van vandaag danken veel mensen bij het eten de Heer voor het dagelijks brood en niet de bakker, die er om drie uur zijn bed voor uitkwam om het te bakken. Verspilling was een zonde, het vergokken van geld helemaal. ‘Kaartspelers en dobbelaars zijn grote zondaars’ was (en is hier en daar nog steeds) een gevleugelde uitspraak in deze kringen. In die afkeer tegen gokpraktijken vinden links en rechts elkaar moeiteloos. Ik wil hier nog iets bij aantekenen. In kringen van aanbieders en ondersteunende sites wordt vaak gesuggereerd dat het alleen maar te doen is om staatsmonopolies overeind te houden. Dat is in veel landen ook zeker het geval, maar ik ben ervan overtuigd dat het bij de meeste Nederlandse politici inderdaad heel sterk de angst voor kansspelverslaving is die de behoefte zo sterk maakt om het kansspel streng te reguleren en niet aan de vrije markt over te laten.

Maar dit is de eenentwintigste eeuw, dit is de eeuw van de vrije markt, waarop beursgenoteerde organisaties een keur van speelmogelijkheden aanbieden, waar poker populair is geworden en waar sportweddenschappen een leuke afwisseling zijn voor het eenvoudige totoformulier. Waarom kan Nederland zich zo verzetten tegen toetreding van private ondernemingen? Dat antwoord ligt in Brussel, waar noch de Europese Commissie, noch het Europees Parlement de behoefte voelde om van die kansspelen een agendapunt te maken. De Europese Commissie huldigt eigenlijk het standpunt dat het kansspel een dienst is en als zodanig ook benaderd moet worden door de verschillende overheden. Maar op zich zijn kansspelen van de overeenkomst van vrij verkeer van diensten uitgesloten. En nu ontvouwt zich de merkwaardige situatie dat aan het Europees front een tweedeling is ontstaan tussen wat bestuurlijk wenselijk wordt geacht en wat juridisch wel of niet kan worden toegelaten. De winnaars zijn de individuele landen, die commerciële aanbieders buiten de deur willen houden. Luxemburg heeft gesproken, het is nu de beurt aan Brussel. De stand van zaken ten aanzien van de Europese regelgeving volgt morgen in deel III van deze serie: Brussel, heuvelachtig terrein…