De toekomst van het kansspel in Nederland, deel III: Brussel, heuvelachtig terrein

Wat wil Brussel met de kansspelen in Europa? Is daar visie op, wordt daar iets mee gedaan en is er een kans dat er ooit een einde komt aan de Babylonische spraakverwarring in de EU als het gaat om kansspelen? Het derde deel van een korte, maar indrukwekkende serie over de toekomst van het kansspel in Nederland voor en na de uitspraken van 3 juni jl. van het Europees Hof van Justitie in de zaken Betfair en Ladbrokes.

In het prachtige boek ‘De hoed van tante Jeannot’ beschrijft de Vlaamse filmmaker Eric de Kuyper zijn jeugdherinneringen aan Brussel, een stad, die met al z’n heuvels voortdurend op en neer golft. Brussel is bijna nergens vlak en dat geldt ook voor de Brusselse politiek. De doorsnee Europese burger heeft geen flauwe notie wat daar gebeurt, wat jammer is omdat het veel invloed heeft op onze nationale wet- en regelgeving. De afgelopen vijf jaar heeft de Europese Commissie een aantal landen scherpe vragen gesteld over hun nationale wetgeving en voorgenomen wetgeving inzake de kansspelen. Uit die vragen blijkt steeds weer dat Brussel grote waarde hecht aan het respecteren van artikel 49, het vrije verkeer van goederen en diensten binnen de Unie. Volgens de Commissie zou dat leidraad moeten zijn. Met het oog daarop hebben een aantal landen recentelijk hun voorgenomen wijzigingen van de kansspelwetgeving  ook daadwerkelijk aan Brussel voorgelegd en daarmee een dialoog gevoerd. De meeste landen echter varen hun eigen Portugese koers (in dit verband een zeer toepasselijke uitdrukking) en negeren Brussel volledig. Het laat zich aanzien dat Brussel het daar niet bij laat zitten en misschien zijn de meest recente uitspraken van het Europees Hof van Justitie wel koren op de molen van de Brusselse beleidsmakers. Er suddert wat, er broeit wat, er is iets gaande, maar wie zich een beetje verdiept in de materie ziet een nationale verscheidenheid in het kansspel, waar een lappendeken niets bij is.

In april 2006 voelt de Europese Commissie een aantal lidstaten aan de tand, waaronder Nederland, over hun restrictieve beleid inzake sportweddenschappen. In oktober 2006 krijgen Oostenrijk, Frankrijk en Italië soortgelijke vragen over hun algemene aanbod, in maart 2007 zijn Denemarken, Finland en Hongarije aan de beurt, drie maanden later opnieuw Frankrijk, Griekenland en Zweden, in januari 2008 zijn opnieuw Zweden en Duitsland aan de beurt en in februari 2008 Griekenland en Nederland. Het leidt allemaal niet tot een zekere eenduidigheid van beleid in de lidstaten. Hier en daar licht de boel wat op, maar even vaak wordt op nationaal niveau het licht uitgedaan voor veel aanbieders, die wel graag willen, maar niet mogen. Het kan de Europese Commissie niet verweten worden dat het niet duidelijk is in haar standpunten. Om eens te kijken naar februari 2008 (EU document IP/08/330), waarbij Nederland formeel wordt verzocht om haar kansspelwetgeving aan te passen, nu zij naar aanleiding van kritische vragen in 2006 op niet aannemelijk heeft kunnen maken dat het gevoerde beleid niet in tegenspraak is met artikel 49 van het EG-verdrag dat het vrije verkeer van diensten regelt. De vragen waren gesteld naar aanleiding van klachten van enkele aanbieders (Betfair en Ladbrokes), waarbij de Europese Commissie aangeeft dat het Europees Hof in een aantal uitspraken heeft gesteld dat ‘een restrictief beleid ter bescherming van het algemeen belang, zoals consumentenbelangen, samenhangend en stelselmatig moet worden toegepast. Het toelaten van nieuwe kansspelen in Nederland, de toenemende reclamedruk op de consument en het afwezig zijn van concrete maatregelen om gokverslaving tegen te gaan zijn, maakt dat Nederland in deze haar beleid niet kan handhaven en dit beleid zal moeten inrichten met inachtneming van artikel 49 van het Unie verdrag. Doet Nederland dit niet, dan stapt de Europese Commissie naar het Europees Hof, wat niet gebeurde omdat de Nederlandse rechter in Arnhem en de Nederlandse Hoge Raad de zaken al voorlegden aan het Europees Hof.

Dan is nu de vraag of de recente uitspraken van het Europees Hof in tegenspraak zijn met het gedachtegoed in Brussel. En laat Brussel het daar dan bij of kunnen we nog vuurwerk verwachten? In maart van dit jaar gaf Michel Barnier, Eurocommissaris Interne Markt en Diensten, een interview aan iGaming France, waarin hij meedeelde dat het Europees Parlement van hem verwacht dat hij iets gaan doen aan de huidige situatie. Bij zijn aantreden al heeft hij aangekondigd een Green Paper te gaan uitbrengen in het najaar van 2010, een eerste opstap naar regelgeving. Verder is er nu een Europese definitie over wat aangemerkt moet worden als illegaal kansspel.  Alleen Malta heeft zich niet achter de definitie willen scharen. In die definitie wordt eigenlijk bevestigd dat de lidstaten een zekere autonomie hebben op dit punt, maar wel de Europese principes moeten respecteren. Dat bijt elkaar nu nogal, dus is het spannend welke invulling hier aan gegeven gaat worden. Het Europees Hof heeft de zaak opscherp gezet, maar het is goed om tussen de regels door te lezen bij de uitspraken. Dat doen we morgen in het vierde en voorlaatste deel van deze korte serie: Vonnis of uitdaging?