Een Europees model voor de gambling industrie, deel II

Via de uitgebreide consultatie binnen de lidstaten van de Europese Unie, wil de Europese Commissie gaan bepalen of ingrijpen in de wirwar van nationale regelingen wenselijk en mogelijk is. Wie al die nationale ontwikkelingen volgt zal al snel de indruk krijgen dat het een hopeloze zaak is. Maar in Brussel vallen ze niet zo gauw om van lastige klussen. De auteur denkt dat er wel degelijk een werkbaar model kan worden gevonden, dat rekening houdt met nationale gevoelens en belangen enerzijds en de industrie anderzijds. Vanzelfsprekend moeten de consumentenbelangen maximaal gewaarborgd zijn in zo’n model.

Het komt mij voor dat een uniform model voor alle kansspelen niet haalbaar is. De boel moet uit elkaar worden getrokken om harmonisatie op de verschillende onderdelen te verkrijgen. Een belangrijk uitgangspunt is dat het internet vrij toegankelijk moet zijn en blijven voor alle EU burgers. Verder dat, om tegemoet te komen aan ethische bezwaren tegen bepaalde kansspelvormen op het land, de lidstaten het recht moeten hebben om die af te wijzen. Een land dat geen casino’s of speelhallen op haar grondgebied wil hebben, moet dat kunnen verordenen, maar dan ook helemaal geen casino’s en niet voorbehouden aan de staat, zoals nu in Nederland het geval is. De ruimte voor landcasino’s is beperkt, je kunt niet in elk boerendorp zo’n ding neer gaan zetten, want dan heeft niemand er een boterham aan. Elke overheid kan vooraf bepalen hoeveel landcasino’s en speelhallen er kunnen in een land. Een openbare inschrijving moet vervolgens kandidaten opleveren die de casino’s kunnen exploiteren. Geen enkele lidstaat mag een casino of speelhal zelf exploiteren, wat betekent dat eventuele casino’s die nu aan de overheid toebehoren of voor 100% door die overheid worden gecontroleerd, verkocht moeten worden. Dat schept meteen ruimte voor nieuwe aanbieders. Nieuwe casino’s mogen niet worden toegewezen aan bestaande aanbieders. Dat betekent voor ons land, dat wie Holland Casino overneemt dus geen nieuwe vestigingen mag bouwen. De expansieruimte is voor nieuwkomers.

Alle nationale vergunningsstelsels voor loterijen kunnen blijven gehandhaafd, met dien verstande dat Europese burgers de vrijheid krijgen om in elk EU land loten te kopen als ze dat zouden willen. Kansspelbelasting wordt betaald in het land van de ingezetene, niet in het land van organisatie. Dus een Nederlander, die in de Deutsche Lotto speelt betaalt gewoon 29% in eigen land en een Maltese inwoner die in de Nederlandse Staatsloterij de pot wint, betaalt niets. De Europese Commissie moet streven naar een harmonisatie in tarieven, maar dat zal niet in één keer kunnen. Om te voorkomen dat kleine landen en/of goede doelen geld gaan verliezen in de nieuwe orde, kan de EU een vereveningsfonds opzetten, gefinancierd met een deel van de grensoverschrijdende kansspelbelasting.

Voor het wedden op paarden geldt dat eventuele staatsbedrijven dienen te worden geprivatiseerd. Er is geen enkele grond voor het beperken van het aantal aanbieders, mits zij natuurlijk aan de voorwaarden voldoen, die de EU aan aanbieders stelt. De aanbieders kunnen gebruik maken van bestaande wedkantoren of andere winkelketens en van het internet. De Europese Commissie moet rekening houden met de bijzondere positie van de draf- en rensport en zal uniforme regels en heffingen bepalen om de sport en het bijbehorende landbouwbeheer in stand te houden.

Online casino en bingo moet komen te vallen onder het vrije verkeer van diensten, met dien verstande dat de EU uniforme heffingen en licentievergoedingen moet nastreven. Een aantal nationale licenties dienen te worden overgeheveld naar de Europese kansspelautoriteit, die tevens zorgdraagt voor heffingen als kansspelbelasting, die in een vereveningsfonds komen. Vennootschapsbelasting wordt geheven in het land van vestiging, zoals nu ook het geval is. Aan de licentieverstrekking wil ik nog een apart artikel wijden.

Voor poker geldt dat het de Commissie zou sieren dat dit geen kansspel is. Het organiseren van landtoernooien en de voorwaarden, die daaraan gesteld moeten worden, blijft een zaak van nationale overheden. Wat echter geldt voor nationale aanbieders, moet ook gelden voor aanbieders uit andere EU landen. Voor poker op internet kunnen dezelfde regels gelden als voor online casino en online bingo, met dien verstande dat geen kansspelbelasting kan worden geheven. Wel kunnen de lidstaten bepalen dat pokerwinsten dienen te worden opgegeven en belast volgens de geldende schalen van de inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting, als iemand vanuit een BV beroepsmatig poker speelt.

Ook voor sportweddenschappen geldt dat het aantal aanbieders op zich niet beperkt kan worden, net zo min als nationale monopolies kunnen blijven gehandhaafd. Aanbieders, die een retailfunctie kennen of daarvan gebruik willen maken, staat het vrij om dat te doen. Hier gelden de normale Europese regels. Voor aanbieders via het internet geldt dat het vrije verkeer van diensten van toepassing is.

Het begrip ‘Europese kansspelautoriteit’ is genoemd, maar evengoed kan het onder een bepaald commissariaat vallen, waar een speciale afdeling in het leven kan worden geroepen, waar ook leden van nationale kansspelautoriteiten zitting in krijgen. Natuurlijk zal flink gesteggeld worden over het nut van een vereveningsfonds en hoe de gelden daaruit te besteden. Het is in elk geval een goed middel om knelpunten aan te pakken en een soepele overgang mogelijk te maken.

Een ander punt is dat van de consumentenbescherming. Een zwaarwegend belang, maar volgens mij is het CEN model dat onlangs werd vastgesteld (CWA 16259) voor heel Europa toepasselijk als het om het internetaanbod gaat. Consumentenbescherming in landcasino’s, speelhallen, krasloten en dergelijke, blijft een zaak van de nationale overheden, met inachtneming van alle andere regels van het Europees model, dat ik bij deze geheel gratis aanbied aan wie er maar gebruik van wil maken.