Flierefluiters

Als rechtgeaarde sportliefhebber ging ik er maar eens goed voor zitten. Het duel in de Ronde van Frankrijk tussen de noeste zwoeger Cadel Evans en de flierefluiter uit Luxemburg Andy Schleck. Hij wordt zo genoemd omdat hij altijd welgemoed rondrijdt en zich ogenschijnlijk nergens druk om maakt. Dit in tegenstelling tot Evans, die als enig kind een groot deel van zijn jeugd in afzondering doorbracht, zonder tv, radio of telefoon. Nu praat hij wat meer dan als kind, maar een serieus joch is het nog steeds. Bergop in de Tour, het is een genot om te zien, glaasje wijn erbij, stukje kaas en vooral heel blij dat je niet zelf op de fiets zit. Niet dat ik er aanleg voor zou hebben gehad, ook al reed ik als jochie vaak mee in straatraces samen met de grote jongens. Of daar flierefluiters tussen zaten weet ik niet meer, ik kan me er niet eentje van herinneren.

Maar echt genieten van de strijd in de Tour was er niet meer bij, toen het Noorse drama zich voltrok. De Noren hebben veel reden tot feesten gehad in de Tour, want ze wonnen maar liefst vier etappes, een ongekend succes. Maar daar is geen aandacht meer voor, omdat één psychopaat zo nodig de geschiedenisboeken in wilde. Niet door hard te fietsen, of door zieke kinderen in Afrika te helpen, niet door mooi te zingen of een verstandige wet te bedenken, maar door de meest destructieve van alle menselijke daden: het moedwillig nemen van het leven van een ander. Niet eens uit wraak, uit zelfverdediging of per ongeluk, maar doelbewust en vooropgezet.

Statistisch is de kans dat wij in ons vrije westen omkomen door een dergelijke vorm van geweld praktisch te verwaarlozen. Maar ga dat maar eens uitleggen aan de ouders, broers en zussen van al die jonge mensen die op het eilandje Utøya werden neergemaaid. Net als in Alphen aan de Rijn bleek iemand een vergunning voor wapens te hebben zonder dat er ook maar iemand keek met wat voor type ze eigenlijk te maken hadden. En net als toen vraag ik me af wat voor soort overheid mensen met die dingen over straat laat gaan, ook al is het maar tussen de schietclub en hun eigen huis. Dat is makkelijk gezegd als het kalf al verdronken is, maar bij onze soort is de grens tussen zin en waanzin soms flinterdun. Een uiteengespatte liefde, een onvoldoende voor Frans, ontslag op het werk, het kunnen allemaal vonkjes zijn in een gevaarlijk kruitvat. En als dat kruitvat gevuld is met papieren snippers kan het niet zo veel kwaad: we komen vanzelf weer tot rede. Maar als dat kruitvat gevuld is met munitie, kunstmestbommen en andere ellende, dan kunnen we altijd het ergste verwachten.

Dit is geen weekend voor columnisten. Over dit soort dingen kun je geen grapjes maken, kun je niet luchtig schrijven. Je kunt alleen maar diep adem halen en verder gaan. De Nederlandse zwemmeiden wonnen goud op het WK Zwemmen in Shanghai, ergens is een kalfje geboren, ergens vonden twee mensen elkaar in een innige omhelzing om elkaar niet meer los te laten. Iemand stond bovenop een berg om het adembenemende uitzicht te bewonderen, een ander was jarig en weer een ander vond op Facebook een oude vriend terug. Dit is de tijd voor het overbruggen van kloven, voor het slechten van conflicten, voor het helpen van elkaar naar een betere wereld. Cadel Evans, Andy Schleck en Alberto Contador lieten zien hoe mooi strijd kan zijn, hoe mooi competitie kan zijn. Anders Behring Breivik liet ons zien hoe duister andere kanten aan onze soort kunnen zijn. En hoe stom we als soort zijn door dit soort fanaten nog wapens te geven ook. Dit is een fantastisch mooie planeet, die zonder ons veel beter af zou zijn. Op een enkele flierefluiter na misschien, een columnist bijvoorbeeld, maar ja, wie moet me dan nog lezen?