Schrijven en paardenrennen

De ‘National Novel Writing Month’ begint morgen en honderdduizenden aspirant schrijvers gaan dan proberen in dertig dagen tijd een boek te schrijven. Er zijn mooie voorbeelden van schrijvers die dat lukte, met als koploper Edgar Wallace, die daarbuiten zijn tijd vooral doorbracht op de renbaan.Andre Johnson scharrelde voor de Independent on Sunday een paar aansprekende voorbeelden bij elkaar van schrijvers, die binnen 30 dagen een meesterwerk tot stand brachten. Fyodor Dostoyevsky schreef zijn boek ‘De Gokker’ in 28 dagen, maar had twee voordelen: hij schreef niet zelf, maar dicteerde het boek en hij was zelf een verslaafd gokker. In feite dicteerde hij zijn eigen levensverhaal. Ja, dan kan ik ook wel in 28 dagen als ik lekker lui achterover kan leunen en een ander de boel opschrijft. Charles Dickens schreef zijn Christmas Carols ook binnen een paar weken, maar heeft vermoedelijk alle tijd genomen om ze te bedenken. Arthur Conan Doyle haspelde zijn eerste verhaal rond Sherlock Holmes ook in drie weken bij elkaar en zo zijn er heel wat voorbeelden te vinden. Ik vermoed dat veel van die werken uit nood tot stand kwamen. De schrijver had dan geld nodig en honger is een uitstekende drijfveer om te komen tot iets moois. Zo schreef Georg Friedrich Händel zijn muzikale meesterwerk de Messiah ook in ongeveer een week tijd om zijn tanende aanzien weer wat op te fleuren. En wat te denken van Johann Sebastian Bach, die elke week (!) een nieuwe cantate afleverde voor de zondagsdienst, terwijl hij ook nog tal van andere werken componeerde en een uitgebreide lespraktijk had. Een hele mooie vind ik zelf nog altijd Edgar Wallace, een beroemd schrijver van detectiveverhalen. Zijn boeken werden verslonden en zijn uitgever betaalde hem enorme voorschotten om vooral maar weer wat af te leveren. Maar Wallace was verslaafd aan de paardenrennen en aan het gokken op de edele viervoeters. Pas als zijn uitgever dreigde hem achter de tralies te laten zetten om daar zijn boek te schrijven ging hij aan het werk. Hij leefde dan een paar dagen en nachten alleen op koffie en sigaretten en schreef een nieuw meesterwerk, in zijn genre althans. Ik heb ze allemaal gelezen en in de kast staan. In dit geweld valt de columnist helemaal niet op. Het publiek vindt het volkomen vanzelfsprekend dat op de gezette tijd, hetzij dagelijks, hetzij wekelijks, of misschien zelfs maandelijks een fatsoenlijk product wordt afgeleverd. Voor die stiptheid wordt geen lof geoogst, noch wordt daar extra voor betaald. Het is een vanzelfsprekendheid, even logisch als dat een moeder bij de bevalling van haar kind aanwezig is of een ter dood veroordeelde bij zijn eigen executie. Elke zondagmorgen zet ik een algemene column op nujij.nl en eentje op deze site, die vrijwel altijd een knipoog geeft naar de wereld van het gamblen, want daar is deze site tenslotte voor. Voor het schrijven van een column heb ik geen dertig dagen tijd, zelfs geen week, want de actualiteit verandert immers met de dag. Misschien moet ik maar eens een boek vol nieuwe columns schrijven in een maand tijd. Over het harde leven van een cyberwriter bijvoorbeeld, klinkt nog lekker modern ook…