STIOG, H2 Gambling Capital en het rekenwerk voor de schatkist

H2 Gambling Capital deed onderzoek naar heffingseffecten in Nederland in opdracht van STIOGDe zakelijke vraag bij iets nieuws is altijd vrij eenvoudig: wat kost het en wat brengt het op? Menig briljant idee verdwijnt in de prullenbak als de plannenmaker die vragen niet simpel en duidelijk op één A4-tje weet te beantwoorden. Staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid & Justitie krijgt dezelfde vragen voorgelegd vanuit de Tweede Kamer als hij straks zijn nieuwe wetsvoorstel gaat lanceren om de kansspelen in ons land meer ruimte te geven, met name op het internet. Deze week verspreidde de Stichting Online Gaming Nederland een persbericht, waar vast een voorschotje wordt genomen op de belastinginkomsten en hoe dat dan in zijn werk gaat. De bron was H2 Gambling Capital, meestal even helder en betrouwbaar als goed Hollands kraanwater.

H2 deed onderzoek naar de mogelijke belastingopbrengsten in Nederland in opdracht van STIOG. Het instituut doet dergelijke onderzoeken wereldwijd, gevraagd en ongevraagd. Voor 2012 heeft het kabinet 10 miljoen euro begroot als belastingopbrengst, wat in de jaren daarna verder moet gaan oplopen. H2 baseert het rekenwerk op consumentengedrag in andere markten en op de ervaringen, die in landen zijn opgedaan, waar internet gokken al langer is gereguleerd. Er is een causaal verband tussen het belastingtarief en de opbrengst (uiteraard), maar ook tussen het belastingtarief en het marktaandeel van de gereguleerde aanbieders. Het laatste vraagt om enige toelichting.

Momenteel zijn vrijwel alle aanbieders van kansspelen via internet in het buitenland gevestigd en bieden dus vanuit een andere jurisdictie dan de Nederlandse hun diensten aan. Dat gaat ze goed af en zonder een dubbeltje aan de Nederlandse schatkist af te dragen. Deze aanbieders moet je dus over de streep trekken om straks een licentie aan te vragen in Nederland. Dat betekent dat ze moeten gaan afdragen aan ons nationale geldkistje, maar het voordeel is dat ze ook in Nederland reclame mogen maken, sponsorcontracten kunnen aangaan (sport!) en dergelijke. Uiteraard moeten ze dan aan de voorwaarden voldoen, die de toekomstige Kansspelautoriteit licentiehouders oplegt, maar dat zal in de praktijk weinig aanpassingen vergen van de gegoede operators.

H2 Gambling Capital heeft becijferd dat het optimale belastingtarief 5% is. Dat moet dan afgedragen worden over de bruto inkomsten van de operators (het verschil tussen inleg en uitkering). Bij een dergelijk tarief kunnen de operators goed en winstgevend blijven draaien, is de drempel naar een licentieaanvraag relatief laag en zal het gereguleerde marktaanbod dermate gevarieerd zijn, zowel naar het aantal aanbieders als naar het aantal spelmogelijkheden, dat de consument niet zo gauw meer geneigd zal zijn om buiten dit aanbod te gaan zoeken. Per slot van rekening zijn de belangen en de centjes van de consument het beste gediend en beschermd in een gereguleerde omgeving, althans zo moet het worden. Bovendien zal 95% van het spelerspotentieel zich tot de licentie houdende marktpartijen gaan wenden.

Die tien miljoen wordt in 2012 al gehaald bij een belastingvoet van 3%, maar alles hangt mede af van de snelheid van werken van het Parlement, de ambtenaren van het ministerie en de toekomstige Kansspelautoriteit. De laatste instantie moet er en passant ook nog komen, al zullen een aantal bestaande diensten daar in opgaan, waardoor er direct al een operationele basis gelegd wordt.

Is er ooit een kans dat het marktaandeel van de licentie houdende operators 100% zal zijn? Nee, dat is een utopie. Er zullen altijd -op zich goeie- operators blijven, voor wie de Nederlandse markt niet aantrekkelijk genoeg is en er zullen bijvoorbeeld ook spelers blijven die liever in een anderstalig online casino spelen, ook als die geen licentie hebben. Met het doorrekenen van een aantal scenario’s maakt H2 Gambling Capital het al een stuk eenvoudiger voor ’s lands rekenmeesters. Belangrijk voor een succesvolle start is dat de overheid van meet af aan een duidelijke koers kiest en een tarief neerzet dat meerdere jaren kan blijven staan. Als het beleid voortdurend wordt aangepast of nog erger als de overheid de gambling sector als een ideaal melkkoetje gaat zien om allerlei gaten te dichten, dan wordt het een rommeltje en zullen vooral de kleinere aanbieders weer snel de illegaliteit worden ingejaagd. Overigens blijkt uit bijvoorbeeld de praktijk in Frankrijk dat een hoge heffing aantrekkelijke marktpartijen afschrikt, die niet zien dat ze nog iets kunnen verdienen, dat, als gevolg daarvan, het illegale circuit intact blijft en slechts een beperkt deel van de vaste spelers zich tot de ‘gevestigde’ orde wil wenden.

Bronnen:

 

-persbericht STIOG van 23-08-2011
– H2 Gambling Capital, gepubliceerd februari 2011