Uitspraak Europees Hof over Duitse sportweddenschappen: hoop voor nieuw Nederlands beleid?

by Jaap J.M. Vos on September 9, 2010, 15:41

Gisteren heb ik in het artikel ‘Duitse sportweddenschappen onder de loep bij Europees Hof’ (zaak C-409/06) de belangrijkste ins en outs van de zaak geschetst tussen het Duitse bedrijf Winner Wetten GmbH en de burgemeester van de Duitse stad Bergheim, die in deze zaak ook model stond voor de gehele Duitse staat.

Ondertussen hebben tal van kranten en websites melding gemaakt van deze zaak, waarbij nogal eens te lezen valt dat het Duitse beleid inzake de organisatie van sportweddenschappen door het Europees Hof is gehekeld. Dat is niet waar, er is in beginsel geen sprake van dat het Hof plotseling een andere koers is gaan varen dan in de beruchte zaken tussen Bwin en de Portugese overheid en de Nederlandse zaken Betfair en Ladbrokes. De Duitse zaak lag namelijk wezenlijk anders, de uitspraak geeft hooguit aan dat de speelruimte voor monopolistisch getinte overheden kleiner lijkt te worden.

Voordat we gaan kijken of de uitspraak van gisteren direct of indirect invloed kan uitoefenen op de Nederlandse situatie, eerst nog even de kern van de uitspraak van gisteren. In Duitsland hadden de rechtbanken al vastgesteld dat de monopolisering van sportweddenschappen strijdig was met de Duitse Grondwet, dat vrijheid van beroep garandeert. De rechtbanken hadden ook geconstateerd dat het verbod aan Winner Wetten om sportweddenschappen aan te nemen voor het Maltese bedrijf Tipico strijdig was met de regelgeving van de Europese Unie. Niettemin had de hoogste rechtbank bepaald dat de situatie tot 31 december 2007 gehandhaafd kon blijven om de Duitse overheid gelegenheid te geven de boel aan te passen.

Destijds bracht dat de rechtbank in Keulen ertoe om zich tot het Europees Hof te wenden met de vraag of dit wel kon en of inderdaad de conclusies van de rechtbanken in overeenstemming waren met de artikelen 43 en 49 van Unieverdrag. Daarin gaf het Europees Hof hen gelijk en tevens stelde het Europees Hof dat allerlei overgangsfasen en adempauzes in principe onwettig waren, omdat Europees recht nu eenmaal boven nationaal recht gaat. Het zou te zot voor woorden zijn als elke lidstaat naar believen kon uitmaken of ze het geldende Europees recht gemakshalve niet even aan de kant kunnen schuiven om eigen belangen veilig te stellen.

De situatie met Nederland is in zoverre verschillend dat er hier nog geen uitspraken van de nationale rechtbanken zijn. Die hebben immers ook in de zaken Betfair en Ladbrokes geschorst om advies te gaan vragen bij het Europees Hof. Daarbij ging het echter vooral om de vraag of het Nederlands kansspelbeleid wrikte met de Europese regelgeving. Het Hof oordeelde dat dit op zich niet het geval was, maar dat het aan de nationale rechters was om te oordelen of de maatregelen van de overheid niet buitenproportioneel waren, gelet op het doel dat ze dienen. In de Duitse zaak is het een beetje gaan draaien om het beleid om gokverslaving tegen te gaan en dat is ook in Nederland wel als een scharnierpunt aangemerkt door de overheid. Welnu, zeggen de Duitse rechters, als de overheid zelf een macht aan reclame maakt voor de door haar georganiseerde kansspelen, hoe kun je dat principe dan nog overeind houden als argument om particuliere ondernemers van de markt te weren? Het klinkt mij persoonlijk als muziek in de oren, want na de uitspraak van het Europees Hof in de Nederlandse zaken heb ik steeds beweerd dat ik een uitspraak van de Nederlandse rechters in het nadeel van de overheid absoluut niet uitsluit. En nu vandaag, in een geheel andere zaak die in Oostenrijk speelt, het Europees Hof praktisch gehakt heeft gemaakt van het Oostenrijkse beleid inzake de wetgeving op de vestiging van casino’s (C64-08) lijkt het er een beetje op dat het Europees Hof een paar puntjes op de i wil zetten. Na de uitspraken in de zaken Betfair en Ladbrokes, riepen de nationale overheden in koor dat hun beleid door het Europees Hof was bekrachtigd en dat ze nu zo ongeveer volledig vrij spel hadden. Dat valt bij nader inzien een beetje tegen, want datzelfde Europese Hof legt nu de vingers op de zwakke plekken in de dijken van het nationale kansspelbeleid. Die zwakke plekken zijn:

a)      Er moet sprake zijn van een samenhangend beleid om overmatig gokken en gokverslaving tegen te gaan, wat inhoudt dat ook het maken van reclame aan die doelstellingen moet bijdragen, zulks ter beoordeling van de nationale rechter

b)      Bij het verlenen van vergunningen moet een transparante procedure worden gevolgd

Het laatste is nooit het geval geweest en het eerste is de afgelopen jaren op de schroothoop gegooid. De overheid heeft steeds weer nieuwe producten geïntroduceerd en toegestaan, en voor haar eigen producten stevige reclamecampagnes gevoerd tot op de dag van vandaag. Of dit gegeven de Nederlands rechters ervan kan overtuigen dat de overheid de Europese richtlijnen negeert, terwijl een beroep op het ‘algemeen belang’ niet spoort met het gedrag van de overheid zelf, en derhalve wel degelijk strijdig is met de regels 43 en 49 van het verdrag van de Europese Unie, is natuurlijk de vraag. Maar als de rechters al in het voordeel van de overheid beslissen en de deur dichtgooien, zou het wel eens op zo’n manier kunnen zijn dat er tegelijk wat ramen opengezet worden (vergeeft u mij deze wat afgezaagde beeldspraak), die frisse lucht naar binnen laten en nieuwe wegen openen voor de private kansspelaanbieders.

Deze post staat in de categorie Algemeen Casino Nieuws .

Comments on this entry are closed.

Previous post:

Next post: