Wie, waarom en vooral hoeveel? Deel I

Deel I: Inleiding

kansspel wetgevingNa jaren lijkt de Nederlandse kansspelmarkt dan eindelijk open te gaan in 2018. Dit betekent extra inkomsten voor de staatskas, extra geld voor maatschappelijke doelen en meer mogelijkheden voor sportsponsoring. Ook is er daardoor meer controle op online gokkers en kan gokverslaving beter worden voorkomen. Althans, dat is het fraaie beeld dat voorstanders van de nieuwe kansspel wetgeving ons vertellen. Maar klopt dat plaatje wel?

Een klein (casino) landje?

Nederland is toch een betrekkelijk kleine markt, ten opzichte van landen als Engeland, Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje en Polen. Wij hebben 17 miljoen inwoners, Frankrijk heeft er 65 miljoen, zeg maar vier keer zoveel. En in Frankrijk hebben ze een sterke traditie in offline gokken of het nu op sportwedstrijden is of op paarden. In Engeland is dat niet anders, terwijl ze daar ook nog een flinke bingotik hebben. Nederland, dat is een heel klein beetje wedden op paarden op en rond de paar drafbanen, die we hebben en verder is het vooral een land van loterijen. We hebben casino’s, jawel, maar om nou te zeggen dat die floreren, mmm…

Gokken op het internet

En dan dat befaamde gokken via het internet, wat de grote nieuwe inkomstenbron moet worden voor de kansspel business in ons land, als het eenmaal gelegaliseerd is. Sinds de verkiezingen in maart is er nog steeds geen nieuw kabinet gevormd en het lijkt ook niet echt op te schieten. Toch zijn de partijen die samen het kabinet moeten vormen wel gunstig voor de kansspelmarkt. Eerder schreven we al over de invloed van de politieke veranderingen op het nieuwe kansspelbeleid. Het lijkt er dus op dat de nieuwe wet er dan echt gaat komen, maar wanneer dat is weten we nooit zeker. Het is namelijk al jaren uitgesteld.

Wat zijn de voordelen?

Daarnaast is het nog de vraag of al die schijnbare belastingvoordelen niet allemaal een beetje te veel van het goede zijn. Want natuurlijk wordt er online gespeeld in ons land, maar het houdt niet over. Wij missen de goktraditie, die ze in Engeland, Frankrijk en Italië wel hebben. En we zijn nog altijd maar met zeventien miljoen, waarvan een groot deel minderjarig is, een deel dusdanig religieus dat een lottoticket al op het randje is, en een groot deel dat er gewoon niets mee heeft. Oké, een staatslot, de voetbalpool op het werk bij een EK of WK, een potje pokeren in de huiselijke kring, maar een avondje casino? Dat doe je alleen in het kader van een bedrijfsuitje, daar ga je als gewone burger toch niet heen?

Voor geld gokken op het internet, wie doet dat nou? Hebben we daar eigenlijk wel cijfers over? Ja, die hebben we, al zijn ze niet voorzien van een stempel voor academische juistheid en moet het Centraal Bureau voor de Statistiek nog beginnen met turven als het om de online business gaat, maar we kunnen een redelijke schatting maken van de huidige markt en op grond daarvan proberen een perspectief te schetsen. Dat cijfermatig perspectief gaan we morgen schetsen om antwoord te krijgen op de vragen, die in de kop staan. Want die vragen kun je in twee kolommen zetten, die van de consumenten en die van de operators.

Lees hier deel 2