28 September 2011, 11:15 | By

Online gokken nog geen gelopen koers

De uitgestelde stemmingen over de wijziging  van de Wet op de kansspelen, hebben dan toch gisteren (27 september 2011) plaatsgevonden. Dat soort stemmingen zijn hamerstukken, want er wordt niet meer over gedebatteerd, dus is het een kwestie van de hoofden tellen. Het voorliggende wetsvoorstel ging eigenlijk alleen maar over de instelling van de Kansspelautoriteit (Ksa), maar een aantal woordvoerders in de Tweede Kamer oordeelden het nodig om gelijk maar een aantal voorzetjes aan staatssecretaris Fred Teeven te geven hoe zij straks online kansspelen geregeld willen zien. Goed, die Ksa komt er, de wet is aangenomen met twee amendementen daarbij, eentje van Lea Bouwmeester (PVDA) en eentje van Kees van der Staay (SGP). Daarnaast zijn er een aantal moties in stemming geweest, die ook allemaal werden aangenomen en waar de staatssecretaris niet onverdeeld gelukkig mee zal zijn. De zaken op een rijtje…

De amendementen

Het eerste amendement, een keer of wat gewijzigd, ging vooral over reclame en werving. Het gaat dan vooral over die postterreur, waarbij mensen wordt voorgehouden dat ze iets hebben gewonnen, als ze maar even de moeite willen nemen een bepaald nummer te bellen of zo. Dat wordt aan banden gelegd en de nieuwe Ksa gaat daarop toezien. Het amendement omvat verder de noodzaak dat bij werving en reclame wordt gewezen ‘op de risico’s van onmatige deelneming aan kansspelen’. Verder moet aangegeven worden wat de statistische kans is op het winnen van een prijs en moet duidelijk worden aangegeven of er sprake is van een eenmalige deelneming of dat er een langere deelname aan vast zit. Op zich zijn dit redelijke eisen, waar een kansspelaanbieder te goeder trouw geen problemen mee zal hebben.

Het andere amendement is wat breder van aard en gaat vooral over het voeren van samenhangend beleid ten aanzien van verslavingspreventie. De Ksa moet zich hier actief gaan opstellen en bijvoorbeeld gemeenten gaan adviseren bij vergunningverleningen en het inrichten van lokaal preventiebeleid. De Kansspelautoriteit moet de spil in het netwerk zijn, waar alle bij kansspelen betrokken partijen zich in breed overleg omheen scharen om gezamenlijk tot een goede afstemming en werkwijze te komen. Ook dit amendement werd royaal gesteund.

Daarna werd over de wetswijziging in z’n geheel gestemd en ook dit werd aangenomen, zodat overgegaan kan worden tot publicatie en de staatssecretaris kan beginnen met dit deel van zijn hervormingswerk.

De moties

Een heel ander chapiter wordt gevormd door de ingediende moties, waarbij de Tweede Kamer een gesloten front lijkt te vormen tegen de staatssecretaris. Wat hij tijdens het debat van een paar weken terug ook heeft gezegd over de onwenselijkheid van een aantal moties, de Tweede Kamer nam ze allemaal aan, daarmee ook ondergetekende met extra werk opzadelend om het allemaal nog eens uit te leggen. In politieke termen betekent het aannemen van moties, die door de betreffende bewindsman ‘met klem’ ontraden zijn, dat de duimschroeven worden aangedraaid. Er is te weinig vertrouwen dat de bewindsman bij het uitstippelen van verder beleid rekening gaat houden met de wensen van de Kamer. Teeven heeft dus ook nog zendingswerk te verrichten om betere verbindingen met de Kamerleden te krijgen. Die hebben zich niets aangetrokken van de opbrengst van zijn veldwerk, hebben vooralsnog geen enkele boodschap aan wat men er in Brussel van vindt, of wat het Europees Hof erover gezegd heeft, kortom, de Tweede Kamer ligt al op ramkoers, terwijl het schip van staat nog te water moet. Voordat ik een aantal conclusies en veronderstellingen in de reddingsboot leg, is het goed even de moties kort op een rijtje te zetten. Voor alle duidelijkheid: al deze moties zijn dus aangenomen.

De motie van Gent c.s. over de oprichting van een noodfonds, waaruit toekomstige gokverslaafden een bijdrage kunnen krijgen voor de kosten van hun behandeling. De regering wordt met deze motie verzocht de haalbaarheid ervan te onderzoeken en de Kamer te informeren. Het fonds moet gevuld worden uit bijdragen van de kansspelaanbieders, die een vergunning op de Nederlandse markt krijgen.

De motie van Gent c.s. over het vermelden van permanente waarschuwingen op internet. Zij dacht hierbij aan wat er op een pakje sigaretten staat, maar dat zou voor internet niet alleen ernstig overdreven zijn, maar ook bijzonder storend. Maar daar is natuurlijk best een modus voor te vinden en het is goed consumenten op de risico’s van gokken in het algemeen en dus ook internetgokken te wijzen.

De motie Schouten c.s. over het terugbrengen van het aantal kansspelverslaafden. Deze motie gaat uit van de nooit wetenschappelijk vastgestelde cijfers dat er 40.000 gokverslaafden in ons land rondlopen en nog eens 80.000 risicospelers. De regering wordt gevraagd om in het najaar met een reëel voorstel te komen voor een streefcijfer om genoemde aantallen terug te brengen. Ook hier betrof het een breed gedragen motie en heel aardig als die 120.000 probleemgevallen een naam en een sofinummer hebben, maar hoe ga je dat aanpakken als het vooral schimmen zijn, gebaseerd op een oude aanname, die maar steeds herhaald blijft worden. Een leuke breinbreker voor het departement van Veiligheid & Justitie. Daar zal wel een commissie aan te pas gaan komen.

De motie Van Toorenburg c.s. over het ‘landbased’ zijn van (toekomstige) vergunninghouders. Gesteld wordt dat het lastig is om straks bedrijven te gaan controleren, die in het buitenland gevestigd zijn en daarom wordt voorgesteld het Belgische model te volgen, dat vergunninghouders in elk geval een kantoor in Nederland hebben. Het feit dat dit Belgische model strijdig is met Europese regelgeving, het Europees Hof heeft zich daar zeer onlangs nogmaals over uitgelaten (Zaaknummer C-347/09, op deze site te vinden), en ook de Europese Commissie heeft zich fel gekant tegen de Belgische gang van zaken.

De motie Kooiman c.s. over een verbod voor banken om zaken te doen met illegale aanbieders. De SP is op dit punt bijzonder vasthoudend, gesteund door de rest van de Kamer. Het is voor alle neutrale waarnemers duidelijk dat aan de kant van de staatssecretaris en zeker aan de kant van de banken weinig enthousiasme valt te bespeuren om een soort UIGEA model te gaan uitvoeren. Bovendien is de legitimiteit van de maatregel bijzonder twijfelachtig. En hoe wil de Kamer dat gaan organiseren als er volgend jaar een Europees iDEAL model in werking treedt? Dan kan de aanbieder gewoon rechtstreeks overschrijven naar een rekening in Malta.

De motie Kooiman c.s. over een centrale database van probleemspelers. Opnieuw een klusje voor de nieuwe Kansspelautoriteit. Er moet één database komen voor alle aanbieders van kansspelen, waarin spelers met verboden of beperkingen om te gokken, worden vastgelegd. Dit is vooral om te voorkomen dat een speler, die een bezoekverbod heeft bij het Holland Casino aan de overkant in een speelhal verder gaat. Op zich valt hier iets voor te zeggen, maar de vraag is of spelers, die zich nu vrijwillig beperkingen opleggen bij een speelhal, Holland Casino of op een internetsite, dat ook doen als ze weten dat hun probleem in een grote database terecht komt, wetende dat de beveiliging van overheidsgegevens soms zo lek is als een mandje. Die centrale database zou dan wel eens averechts kunnen werken.

De motie van De Liefde c.s. over wervings-en reclameactiviteiten en de sancties op overtredingen. Dit lijkt een beetje op het eerder genoemde amendement Bouwmeester, maar Bart de Liefde (VVD) is wat verder gegaan en wil niet alleen dat er een einde komt aan misleidende reclame, maar ook dat er stevige sancties op overtredingen gaan komen. De Reclame Code Commissie is wat dat betreft een beetje tandeloos. Een stelsel van fikse boetes en uiteindelijk intrekking van de vergunning zou wenselijk zijn om dit kwaad definitief in te dammen.

Motie Bouwmeester c.s. over uitsluiten van illegale aanbieders van toekomstige vergunningen. Hierbij wordt de regering verzocht ervoor te zorgen dat aanbieders van internetkansspelen, die nu als illegaal worden bestempeld, niet in aanmerking kunnen gaan komen voor een vergunning, als online kansspelen eenmaal mogelijk worden. Dit is een motie, waarvan ik verwacht had dat deze het niet zou halen, omdat de motie volkomen onzinnig is. Maar het lijkt erop dat de diverse woordvoerders een al of niet stilzwijgende afspraak gemaakt hebben dat ze elkaars moties niet zouden afvallen.

Conclusies

Dat SP Kamerlid Nine Kooiman op de website van de SP blij roept dat wat haar betreft de komst van online gokken nog lang geen zekerheid is, lijkt het er niet op dat de Kamer hierop gaat terugkomen. Het is alleen onwenselijk dat, terwijl Teeven nog met een wetswijziging moet komen om online kansspelen toe te laten, de Kamer nu al een aantal voorschotjes neemt en het de staatssecretaris alleen maar moeilijker maakt. Maar ook -en eens te meer- blijkt dat het ontbreken van duidelijke Europese regelgeving funest is voor dit soort processen. Als alle moties zouden worden uitgevoerd, wat op zich al ondenkbaar is, dan zou dit leiden tot een hoop processen, die de staat waarschijnlijk stuk voor stuk zou verliezen. Laat ik eens uitsplitsen waar we het met z’n allen wel over eens kunnen zijn en waar de knelpunten liggen.

Wat kan worden uitgevoerd

Noodfonds (motie van Gent c.s.)
Permanente waarschuwingen (motie van Gent c.s.)
Terugdringing van kansspelverslaving (amendement van Staay c.s., motie Schouten c.s.)
Centrale database van probleemspelers (motie Kooiman c.s.)
Wervings- en reclameactiviteiten (amendement Bouwmeester c.s., motie De Liefde c.s.)

Wat niet kan worden uitgevoerd

Het ‘landbased’ zijn van vergunninghouders (motie Van Toorenburg c.s.)
Verbod voor banken (motie Kooiman c.s.)
Uitsluiten van illegale aanbieders (motie Bouwmeester c.s.)

Kanttekeningen bij wat kan worden uitgevoerd

De lijstjes geven mooi aan dat het hele kansspelbeleid geen kwestie is van links en rechts, want alles loopt keurig door alle partijen heen. Dat is goed, want kansspelbeleid is een zaak van maatschappelijk belang en daar passen geen partijpolitieke spelletjes. Bij het ‘geaccordeerde’ lijstje zijn nog wel een paar kanttekeningen te maken. Er is brede steun voor een noodfonds, ook bij de staatssecretaris, maar tijdens het debat heeft Bart de Liefde (VVD) terecht opgemerkt dat er ook niet zo’n fonds bestaat voor alcoholverslaafden. De staatssecretaris heeft opgemerkt dat je wel moet uitkijken dat je de aanbieders straks niet met zulke hoge lasten gaat opzadelen, dat ze maar liever op hun huidige illegale stekje blijven zitten.

De beperkende waarschuwingen zijn op zich niet bezwaarlijk, maar er moet voor gewaakt worden dat het irritant wordt. Mensen spelen primair voor hun plezier op een casino website en dan is het niet prettig als voortdurend een soort neonreclame over je scherm tuimelt dat je waarschuwt voor de gevaren van ‘onmatig spelen’. Dat zou zoiets zijn als een medewerker in een restaurant, die voortdurend klanten aan tafel bezoekt om hen te waarschuwen voor overmatig eten en drinken.

Terugdringing van kansspelverslaving, net zoals alle andere vormen van verslaving, is een prima zaak. Het probleem is dat men het probleem niet kent. Er zijn wat oude rapporten, wat schattingen, wat aannames, al is er ook eigentijds wetenschappelijk onderzoek gedaan en nog gaande naar verslaving. Om daadwerkelijk gericht beleid te kunnen ontwikkelen op dit punt, moeten de uitgangscijfers duidelijk zijn. Dat is onmogelijk en dus kun je ook geen streefcijfers aannemen, want hoe moet je dat dan controleren? Hier is nog wat denkwerk vereist, maar in elk geval zal de toegang tot de hulpverlening laagdrempelig moeten zijn (een noodfonds kan daarbij helpen) en is een centrale database op zich een goed idee, met een voorbehoud over dataprotectie en een mogelijk gevaar dat probleemspelers minder snel bereid zijn mee te werken als zo’n registratie plaatsvindt.

Werving- en reclame is belangrijk voor elke aanbieder van producten of diensten, net zo als voor verenigingen, stichtingen of politieke partijen. Dat opgetreden kan worden tegen misleidende reclame is een goede zaak. Al te lang zijn mensen in de fuiken van de aanbieders met dit soort reclame gezwommen. Wat mij betreft worden ook limieten gesteld aan de hoeveelheid reclame die, verspreid over verschillende media, gemaakt kan worden. Al langer heb ik mij op het standpunt gesteld dat de hoeveelheid TV reclame van lotto, de loterijen en Holland Casino buitensporig is, zeker gelet op hun monopolie posities.

Niettemin zijn al deze maatregelen op zich geschikt om in beleid te worden omgezet en zullen zij een veilige en prettige omgeving van kansspelen kunnen dienen. De drie knelpunten echter zijn dat niet. Zij komen morgen in het vervolg op dit artikel over dit onderwerp aan bod.